Zambia ligt middenin Zuidelijk Afrika. Savanne, moerasland en grote rivieren bepalen het landschap. Tien miljoen inwoners, in een land 19 keer zo groot als Nederland. Geen oorlog of dictatuur, wel grote contrasten tussen arm en rijk.
In het noordwesten ligt de Zambezi regio; het land van de Luchazis, Chokwes, Lundas en de Luvales die voor de helft in Angola en voor helft in Zambia wonen. Met zijn vele zijstroompjes zorgt de Zambezi rivier voor een landschap van grasland en akkers dat heel geschikt is voor landbouw. Aan de oostoever daarvan ligt het dorp Chivombo, 20 km van de grens met Angola.
Traditioneel dorpsleven
Het dorp Chivombo is een verzameling boerderijtjes aan een weg. Op elk erf woont een familie, in een huisje omringd door mandarijnen-, eucalyptus- en mango bomen, met scharrelende kippen en geiten. Direct rond het erf liggen maisvelden. De akkers waar de boeren cassave, sweet potatoes, gierst en pinda’s verbouwen liggen op een kwartier lopen. Ook het vee graast verder van het dorp af, in de uiterwaarden van de Zambezi. Er is een waterpomp in het dorp, maar de meeste inwoners lopen twee keer per week zestien kilometer voor echt schoon water uit een bron. Er is geen elektriciteit.
Het leven in Chivombo is in de loop der jaren weinig veranderd. Je begint de dag rond zessen, bij zonsopkomst. Dan eet je iets kleins en ga je aan het werk als akkerbouwer, veeboer of ambachtsman. Beladen met sprokkelhout kom je terug voor een warme lunch. Daarna rust je uit en tegen drie uur ga je weer aan het werk. Rond zonsondergang, om een uur of zes, wordt met de hele familie gegeten. Daarna is het kletsen bij een vuurtje en slapen wanneer je moe bent.
